vrijdag 22 juli 2011

In memoriam: Huub van Dongen

Een jaar of twaalf geleden raakte ik geïnteresseerd in het schaakspel. Ik leende een schaakboek van de bieb en probeerde mij in het spel te bekwamen. Niet veel later, ik meen tijdens het jaarlijkse herfstfestijn, stond er een levensgroot schaakbord in de Rechterstraat. Het was daar dat ik Huub voor het eerst ontmoette.

Ik had er nog niet eerder aan gedacht om lid te worden van een club, maar Huub wist me meteen te overtuigen. Tijdens de daaropvolgende jaren bij het jeugdschaak was Huub een soort van mentor voor mij, net zoals hij dat later nog voor vele schakende kinderen zou zijn. Het best tot zijn recht kwam hij voor het demonstratiebord. Hoe druk de kinderen in de schaakles vaak ook waren, Huub bleef de rust zelve en legde het principe van de rokkade, de penning of de koningsaanval gewoon nog een keertje uit. Net zolang totdat iedereen het snapte. Uit het enthousiasme waarmee hij zijn verhalen vertelde bleek hoe veel hij van het spelletje hield.

Want denk je aan Huub dan denk je aan schaken. Wanneer ik langs zijn huis liep dan gluurde ik soms stiekem even naar binnen. En bijna altijd was Huub dan in de weer met zijn grootste hobby. Brilletje op en stellingen analyseren. Of gewoon een potje snelschaak op Playchess. Hij heeft me wel eens verteld dat hij zo nu en dan al die schaakprogramma’s van zijn computer moest verwijderen omdat hij anders niet meer aan werken toe kwam. De verleiding was te groot. Het tekent zijn enorme passie voor het schaken.

Huub was een echte Bourgondiër en hield, zoals dat heet, wel van een pilsje. Maar niet tijdens een serieuze partij, oh nee. Dan was het een koffie, een watertje en verder pure concentratie. En met resultaat. Tot aan het einde bleef hij die sterke schaker waar ik als jeugdspeler zo tegenop keek. In zijn laatste partij tijdens zijn eigen Houtje Hoofd Helder-toernooi, dat gelijktijdig met het Nederlands Kampioenschap werd gespeeld, wist hij nog een sterke Internationaal Meester te verschalken. Ik was getuige van die partij en feliciteerde hem na afloop met deze puike prestatie. Het zou de laatste keer zijn dat ik Huub de hand zou schudden en achteraf gezien had het een compliment voor zijn hele leven moeten zijn. Wat Huub voor het schaken in Boxtel en ver daarbuiten heeft betekend is ongekend. Of het nou het geven van schaakles aan kinderen of het organiseren van het NK was, Huub deed het allemaal met evenveel plezier en enthousiasme. Huub was een schaakliefhebber in hart en nieren maar bovenal een bijzonder fijn en warm mens die we allemaal erg zullen gaan missen.

maandag 8 juni 2009

‘We willen een soort schaakvirus creëren’

Trainerskoppel Grooten/Schuurman begint eigen schaakinstituut.

EINDHOVEN - Het interview vindt plaats in een knus huisje onder de rook van het Philips Stadion. Geen plek voor een Ajacied zou je zeggen. Herman Grooten moet er om lachen. “Als je eenmaal voor een club kiest dan moet je daarna niet meer switchen”, vindt hij.

Herman Grooten (50) en zijn vriendin Petra Schuurman (40) zijn ervaren schaaktrainers. Onlangs richtte het duo een eigen schaakinstituut op, genaamd Schaakcentrum Sterk Spel. Wie bij een schaakinstituut denkt aan oud-Russische taferelen in een groot, troosteloos pand, heeft het mis. “Het is vooral uitbreiding en verdere professionalisering van waar we nu al mee bezig zijn”, zo vertelt Schuurman, die haar wiskundige carrière op een laag pitje zette voor het schaken. “Dit betekent het verzorgen van cursussen en lezingen en het geven van lessen aan particulieren.” Kinderen zijn de belangrijkste doelgroep, maar ook voor volwassenen heeft het duo voldoende materiaal.
Vol enthousiasme gunt Schuurman ons een kijkje in haar verzameling lesmateriaal, dat zij grotendeels zelf heeft bedacht. De collectie bevat een keur aan schaakoefeningen, onder andere een schaakvariant op het beroemde spelletje ‘twee voor twaalf’. “Wanneer je alleen oefeningen op een stencil aanbiedt houd je de aandacht van de kinderen niet vast”, verklaart de trainster. Grooten vult aan: “De schaaktraining wordt op deze manier veel leuker voor de kinderen. Na zeven lessen met alleen maar diagrammen oplossen lopen die namelijk jankend weg.”

Het lesgeven zit Grooten in het bloed. “Als vijftienjarige werd ik op de schaakclub in Uden voor het demonstratiebord gezet. Er werd mij gezegd dat ik wel zou kunnen doceren, omdat mijn ouders allebei in het onderwijs zaten. Het is me ook altijd goed afgegaan.” Schuurmans carrière begon iets later. “Ik heb eerst wiskunde gestudeerd hier in Eindhoven en ben daarin vervolgens ook gepromoveerd. Ik gaf toen al wel een beetje schaakles aan kinderen en dat vond ik altijd heel erg leuk. Toen ik van NOC*NSF de A-status kreeg omdat ik met het Nederlands team bij de beste acht landen van de wereld hoorde, besloot ik om volledig van het schaken en het lesgeven te gaan leven.”

Grooten en Schuurman zijn een echt schaakkoppel. Via een schaakvriend hebben zij elkaar leren kennen en ze spelen al jarenlang samen in het eerste team van de Tilburgse schaakvereniging Stukkenjagers. Het stel deelt bovendien niet alleen een huis maar ook de plaats op de nationale ranglijst met elkaar. Gezamenlijk staan zij op een 99e plaats, met een gelijk aantal elopunten van 2338.

Met de onderneming wil het duo de schaaksport populair maken onder een breder publiek en tevens het schaakniveau verhogen. Ze huldigen hierbij het standpunt dat de sport leuker wordt naarmate je het beter beheerst. Grooten neemt zichzelf hierbij als voorbeeld. “Wanneer ik vroeger ging tennissen kreeg ik de bal niet over het netje. Ik ben vervolgens een cursus gaan doen en nu krijg ik de bal wél over het netje. Voor mij is die sport nu een stuk leuker geworden.” Dit principe geldt volgens hem ook voor de schaaksport. “Met onze activiteiten willen wij een soort van virus creëren. Mensen moeten elkaar gaan enthousiasmeren.”

Beide schaakdocenten hebben vele topjeugdspelers begeleid, onder meer Loek van Wely, Jan Werle en Anne Haast. Volgens hen loopt er in Nederland voldoende talent rond. Ze denken zelfs dat het voor ons land mogelijk is om een wereldtopper voort te brengen. “Als het in Noorwegen kan, dan kan het hier ook”, zegt Schuurman, duidend op de succesvolle Noorse youngster Magnus Carlsen, de huidige nummer drie van de wereldranglijst. “Het is alleen wel zaak dat deze talenten op tijd worden losgelaten door hun trainers”, zo stelt Grooten. “De speelsterkte van een trainer is in het schaken erg belangrijk. Een voetbaltrainer hoeft niet persé goed te kunnen voetballen om een goede trainer te kunnen zijn. Bij het schaken ligt dat anders. Wanneer een leerling sterker is dan jij als trainer, dan kun je hem op schaaktechnisch gebied niet veel meer leren en is het zaak dat de pupil overstapt op een sterkere leermeester, bijvoorbeeld een grootmeester.” Schuurman illustreert dit treffend: “Bij een fysieke sport gaat het om de uitvoering. Bij schaken is de uitvoering gewoon de zet. Het is niet noodzakelijk om dat paard zo mooi mogelijk te verzetten.”

De ontwikkeling op trainingsgebied baart hen zorgen. Grooten: “Het komt in Nederland té vaak voor dat een trainer lesgeeft aan een pupil die veel sterker is dan hij. Dat is een slechte zaak.” Zelf zorgen Grooten en Schuurman er dan ook voor dat zij tijdig afscheid nemen van hun leerlingen, ook al is deze nog zo tevreden over zijn of haar trainer. Grooten herinnert zich een treffend voorval: “Ik trainde ooit Wouter Spoelman. Hij wilde tegen de sterke Oekraïnse grootmeester Oleh Romanysjyn eens een bepaalde variant spelen. Ik zei toen dat hij dat beter niet kon doen omdat hij dat zou gaan verliezen. Dat geloofde hij niet. We speelden toen wat vluggertjes met die variant en ik kon mijn gelijk niet bewijzen. Nou, speel het dan maar, zei ik. Hij verloor die stelling in welgeteld acht zetten. Dit is nou precies de reden waarom jij geen training meer van mij moet krijgen, maar van een grootmeester, zei ik vervolgens tegen hem. Hij was erg tevreden over mijn training, maar voor zijn ontwikkeling was het beter dat hij een sterkere trainer zocht.” Schuurman voegt hier aan toe: “Je moet altijd denken in het belang van de pupil. Het doel is dat de leerling uiteindelijk sterker wordt dan jij.”

Het tweetal is kritisch over het vaderlandse trainingsklimaat. In hun eigen kwaliteiten hebben ze echter het volste vertrouwen. Ambities hebben de twee ook genoeg. Beiden stralen werkelijk wanneer ze openlijk fantaseren over een eigen gebouw voor een denksportcentrum. “Het is misschien niet reëel, maar het zou wel geweldig zijn!”, aldus Schuurman. Of de onderneming een succes wordt is nog even afwachten. “Maar het is de gok zeker waard! Ik kan altijd nog een baan zoeken in de wiskunde, maar het is toch prachtig als je van je hobby je beroep kan maken.”

(Dit interview is verkort gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad van 27 mei 2009. Klik hier voor het artikel.)

http://www.sterkspel.nl/

Corustoernooi 2009

Enkele jaren geleden bracht ik voor het eerst een bezoek aan het Corus schaaktoernooi. Ik was op dat moment al een aantal jaren gestopt met schaken, maar de sport heeft in die periode wel altijd mijn interesse gehouden. Ieder jaar hoorde ik Hans Böhm bij ‘NOS Langs de Lijn’ verkondigen wat een fantastisch evenement het Corustoernooi is en als je een beetje van schaken houdt dat je er dan toch eigenlijk wel eens een kijkje moest gaan nemen. Dit advies heb ik op een gegeven moment maar ter harte genomen. Met (toen nog) mijn ov-studentenkaart in de tas trok ik naar Wijk aan Zee. Ik ontdekte er dat er van de uitspraken van Böhm geen woord gelogen was. Sinds die keer ben ik ieder jaar tijdens het toernooi wel minimaal één dag in Wijk aan Zee te vinden.
Naast al die wereldtoppers zag ik daar natuurlijk ook de honderden amateurschakers hun potjes spelen en het leek me wel wat om zelf ook een keer mee te doen. Voorgaande jaren was ik echter zelf niet zo actief op schaakgebied. Bovendien liet mijn drukke studieprogramma het meestal niet toe. Maar nu ik sinds een jaar weer regelmatig schaak op de club en ik dit jaar geen studie- of werkverplichtingen heb, leek het me een leuk idee om me in te schrijven voor de tienkampen. Vanuit New York verstuurde ik begin november het inschrijfformulier en later zag ik op Aruba (waar Martin van Driel me eens belde met de vraag of dat ik enkele dagen later in zou willen vallen in de externe competitie, maar dat is weer een heel ander verhaal) dat ik in het toernooi was geplaatst. De voorbereiding kon beginnen…

Vrijdag 23 januari begonnen de tienkampen. Als ratingloze speler moest ik natuurlijk onder aan de ladder beginnen. Poule 9C, daarin mocht ik mijn kunsten gaan vertonen. Dit betekende automatisch ook dat ik niet bij de grootmeesters in de grote speelzaal zat maar dat ik mijn partijtjes in ‘De Zon’ af moest werken, een cafeetje op 20 meter afstand van ‘de Moriaan’. Dat vond ik stiekem wel jammer, want wat is er nou mooier dan een toernooi spelen in dezelfde ruimte waar de beste spelers ter wereld elkaar bestrijden. Maar het zaaltje in ‘De Zon’ heeft ook zeker zijn charmes.
Toen ik van tevoren de rating van de spelers in mijn poule eens bekeek had ik wel het idee dat ik bovenin mee zou moeten kunnen draaien. Naast mij was er nog iemand zonder rating, dus het was even afwachten hoe sterk deze persoon zou zijn.
Qua resultaat begon ik erg goed. Na de eerste twee wedstrijden stond ik nog op 100%. Ik was niet echt te spreken over mijn vertoonde spel, maar dacht tegelijkertijd: “als ik met slecht spel al wedstrijdjes kan winnen, hoe moet dat dan wel niet gaan als ik beter ga spelen”. Overigens was er tijdens mijn eerste partij nog een bescheiden rel ontstaan. In hevige tijdnood noteerde ik niet meer maar zette ik streepjes. Mijn tegenstander had echter de vervelende gewoonte om zijn zetten pas te gaan noteren nadat hij er al meerdere had uitgevoerd. Daar kwam nog bij dat hij net zo snel ging spelen als ik, terwijl hij nog een uur bedenktijd had. Ik was er van overtuigd dat ik de 40e zet gehaald had dus ik begon weer rustig na te denken, waardoor het vlaggetje viel. Mijn opponent begon toen pas een keer met het noteren van de gespeelde zetten (een stuk of vijf van beide kanten) en kwam maar tot 39 zetten. Scheidsrechters erbij, partij onderbroken. Na de hele pot te hebben nagespeeld bleek meneer ergens rond zet vijftien al een zetje gemist te hebben. Mijn notatie bleek helemaal in orde. We konden dus verder spelen en aangezien de stelling volkomen gewonnen was voor mij duurde het niet lang meer voordat ik het volle punt kon incasseren.
De derde partij ging het al een stuk beter maar toch kwam ik niet verder dan remise. Ook de twee daaropvolgende partijen leverden geen winst op. Eén ervan eindigde zelfs in een nederlaag. Ik dacht mijn kansen op een goede klassering wel verspeeld te hebben, maar door een goede serie in de tweede helft van het toernooi (3,5 uit 4) eindigde ik uiteindelijk toch nog op een tweede plaats met 6,5 uit 9. De andere ratingloze speler bleek behoorlijk sterk te zijn en werd met een score van 8,5 uit 9 afgetekend eerste. Leuk voor mij om te vermelden is dat hij dat halve puntje juist tegen mij verspeelde. In de vijfde ronde troffen wij elkaar. Mijn tegenstander bouwde een aanval op die ik op zijn Italiaans (ik doel hier op het voetbal en niet op de opening met 3. Lc4) lekker kon counteren. Het leverde me een pion op. In het eindspel bood mijn tegenstander remise aan. Omdat ik, vergeleken met hem, niet zo heel veel tijd meer over had en ik na een kwartiertje nadenken geen snelle winst kon ontdekken besloot ik zijn aanbod maar te accepteren voordat ik mijn materiële voorsprong in tijdnood weer zou verblunderen. Achteraf geen slechte beslissing omdat hij de zet die ik in eerste instantie had willen spelen vrij eenvoudig wist te pareren.
De tweede plek leverde me € 40,- op. Het inschrijfgeld bedroeg € 30,- dus dat is toch mooi een tientje ‘winst’! Tevens heb ik door mijn eindklassering volgend jaar het recht om in één groep hoger te spelen. Huub schreef in zijn column al dat ik nog negen keer moest promoveren om bij de grootmeesters aan tafel te mogen zitten. Één van die negen is dus inmiddels bewerkstelligd. Op naar grootmeestergroep C!
Het was al met al een leuke anderhalve week schaken. Zwaar was het ook zeker. Om de kosten zo laag mogelijk te houden had ik besloten om elke dag op en neer te reizen met trein en bus. Dat kostte me elke dag ongeveer € 22,-, (en zes uur reistijd). Dat is goedkoper dan een gemiddelde hotelkamer. Bovendien kon ik dan ’s ochtends mijn krantenwijken blijven doen zodat er toch nog een beetje geld binnenkwam. Dit betekende wel dat elke dag ook echt een hele lange dag was: ’s ochtends om half vijf opstaan om mijn krantenwijken te doen, ontbijten, heenreis (zo’n drie uur), om half twee een potje schaken, terugreis (ook ongeveer drie uur) en dan was het meestal al wel een uurtje of acht in avond en moest ik onderhand weer naar bed om een beetje fit te zijn voor de volgende dag.
Maar het was zeker de moeite waard. Ik denk dat ik in de toekomst zeker nog wel een keer mee ga doen. Want natuurlijk moet ik nog een keer een plek in de ‘grootmeesterzaal’ zien af te dwingen. Daarvoor moet ik mijn speelsterkte nog wel een beetje verbeteren, aangezien de gemiddelde rating van spelers in de groepen 7 en 6 tussen de 1500 en 1700 ligt. De komende tijd zal ik dus maar eens goed mijn best gaan doen bij Dubbelschaak, misschien haal ik die grens dan ooit nog.